Menu

dinsdag 23 augustus 2016

De stenen getuigen – Tjarko Evenboer


Eerder heb ik een documentaire van Tjarko Evenboer (1983, auteur, cartoonist, ontwerper en scenarist) besproken over de ark van Noach: “De wereldwijde vloed”. Daarin toont hij fascinerende overeenkomsten aan tussen het Bijbelboek Genesis en allerlei volksverhalen en mythologieën van over de hele wereld, betreffende de vroegste geschiedenis van de mensheid. Deze keer heeft de christelijke Evenboer zijn kennis verwerkt in een thriller. “De stenen getuigen” draait om een stel archeologen die een vondst doen waar een dubieus wetenschapsforum niet op zit te wachten. Toegegeven: het was even doorbijten. Na pagina 225 vond ik het boek pas echt op stoom komen – maar misschien kan dat ook niet anders bij een pil van maar liefst 800 (!) kantjes. Het was de moeite meer dan waard…

Verdachte in eigen zaak

Ik ga niet al teveel prijs geven van het boek, want dan hoeft niemand het meer te lezen. Wat ik wel ga doen is het hebben over een aantal spirituele stellingnames die Evenboer in zijn verhaal heeft verwerkt en die ik in de kerk - die ik bezoek althans - zo nooit ben tegen gekomen. Dat heeft mij verrast. In “De stenen getuigen” volgen we de Amsterdamse tactisch rechercheur Roderik Frederiks op de voet, die een moord op een door iedereen om zijn vriendelijkheid geprezen hoogleraar Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde moet oplossen. Roderik krijgt daarbij te maken met de aan hem verknochte dochter: Valèrie. Ook al een student oudheidkunde. Overigens is workaholic Roderik verklaard atheïst met een grote interesse voor filosofie en wijsbegeerte. Vooringenomen gelovigen irriteren hem mateloos. Valèrie houdt het bij ‘ietsisme’. Zonder dat Roderik het beseft wordt hij tijdens zijn speurwerk constant gevolgd door een witte Lexus. Een potje cyaankali waar een vingerafdruk van Roderik op zit maakt hem tot verdachte in zijn eigen zaak. De professor is vergiftigd met hetzelfde spul. In zijn glaasje whisky. Bovendien heeft Roderik zich ook nog eens in de nesten gewerkt door veel te solistisch op te treden. Het gevolg: hij wordt op non-actief gesteld. Maar zoals dat in goede actiefilms vaak eveneens het geval is, gaat de held in dit verhaal - in het geniep - verder met zijn zoektocht. Samen met de bloedmooie en vaak obstinate Valèrie. Aan het eind van het boek bloeit er natuurlijk een prachtige romance op tussen die twee.

Kleitabletten van Noach
Onderzoek naar de gangen van de dode professor maakt duidelijk dat hij bezig was met een vondst van veertig jaar geleden die in het duister is verdwenen: de zogeheten tabletten van HAON, een mystificatie van de naam NOAH, oftewel NOACH. Het blijkt om maar liefst 77 oude beschreven kleistenen te gaan. Valérie neemt de sceptische Roderik op sleeptouw naar een oud-leraar van haar, die uitlegt dat er in de wetenschappelijke wereld inderdaad zelden serieus genomen theorieën de ronde doen, die suggereren dat deze tabletten (hebben) bestaan. Ik had er nog nooit van gehoord, maar hij komt met de kleitablettenvisie van ene P.J. Wiseman aanzetten, over wie ik het nodige vond op internet: zie hier. Volgens de geleerde zijn er, niet officieel maar indirect, allerlei aanwijzingen dat Noach een serie kleitabletten meegenomen heeft in de ark – al zijn ze voor zover hij weet nooit gevonden. De inhoud van de tabletten kan in verkorte vorm echter wel degelijk bewaard gebleven zijn. Genesis 1 tot en met 11 uit de Bijbel zou de samenvatting vormen. Roderik werpt, tot ergernis van Valèrie, tegen dat hij altijd heeft gehoord dat Genesis een bij elkaar geraapt zooitje mythen is. Daarop begint de professor zijn relaas te onderbouwen, zoals dat bijvoorbeeld ook gebeurt in “De Da Vinci Code” van Dan Brown.

Apocriefen
Meerdere oude Joodse geschriften zeggen dat de generaties voor de zondvloed hun geschiedenis bijhielden op stenen tabletten, die van vader op zoon werden doorgegeven. Vooral de apocriefe geschriften - boeken die niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen - maken daar melding van. Bijvoorbeeld het oude Hebreeuwse geschrift "Het leven van Adam en Eva". Daarin draagt Eva haar kinderen op om tabletten van steen en klei te maken waarop ze alles over het leven van de familie op moeten tekenen, zodat hun geschiedenis bewaard zal blijven. Zelfs als de wereld verwoest wordt door water of vuur. Haar zoon Seth neemt die taak op zich. Henoch, geboren in de zevende generatie na Adam, wordt in de Joodse traditie eveneens als historicus vermeld. Ook in het “Boek van Jasher” oftewel het “Boek der Rechtvaardigen” dan wel het “Boek des Oprechten”, is te lezen dat Kenan, de aartsvader in de vierde generatie na Adam, zaken op stenen tabletten schreef. Vervolgens voegde hij deze tabletten toe aan de zogeheten ‘schatten’, die werden doorgegeven aan de ‘eerstgeborene’, de stamhouder van het geslacht. De geschreven overleveringen zouden uiteindelijk bij Noach, lid van de tiende generatie na Adam, zijn terechtgekomen. In het Hebreeuwse “Boek der Jubileeën” staat dat Noach de traditie voortzette door zijn verhaal over de ark op tabletten te schrijven die hij doorgaf aan zijn oudste zoon Sem. Tot zover de Joodse traditie. Ook andere volken vermelden de kleitabletten. Volgens de Chaldeeuwse overleveringen kreeg Noach twee opdrachten van de goden: een schip bouwen en de geschiedenis veilig stellen. De Egyptische overlever van de vloed, Thoth, zou zijn kennis in rots hebben gegrift. Zelfs in India wordt beweerd dat de vloedoverlever Manu heilige teksten had gekregen van Brahma. Genesis zegt niets over tabletten, dus moest het verhaal wel onzin zijn volgens vroegere christelijke geleerden. Tot Wiseman, die tijdens het interbellum betrokken raakte bij archeologisch onderzoek in Mesopotamië, bedacht dat dat logisch is als de eerste hoofdstukken van Genesis de kleitabletten van Noach ZIJN. Hij maakte zich het spijkerschrift eigen en ontdekte een aantal grote overeenkomsten tussen de opbouw en woordkeus van Mesopotamische kleitabletten en Genesis.

Toledoth-structuur
Mesopetamische kleitabletten werden doorgaans in een serie bewaard die werd afgesloten met een zinsformule waarin de naam van de auteur genoemd werd. Bijvoorbeeld: ‘Dit was de geschiedenis opgetekend door koning die-en-die tijdens zijn verblijf daar-en-daar.’ Op maar liefst elf plaatsen in Genesis komt een zelfde soort formule voor: de zogeheten ‘toledoth-zin’ die in de Bijbel vaak verkeerd vertaald is. Namelijk als openingszin: ‘dit zijn de generaties van’, maar het is juist een afsluitende zin. Tablet 1 loopt van Genesis 1:1 tot en met 2:4a – ‘Dit was de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werd’. Tablet 2 loopt tot en met Genesis 5:2 – ‘Dit was het boek met de geschiedenis van Adam’. Tablet 3 loopt tot en met Genesis 6:9a – ‘Dit was de geschiedenis van Noach’. Tablet 4 loopt tot en met Genesis 10:1 –‘ Dit was de geschiedenis van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet’. Enzovoorts. Verder zijn er nog tabletten van Terach, Isaak en Jakob. Vanaf Genesis 37 houdt de toledoth-structuur op. Dan begint het verhaal van Jozef dat waarschijnlijk bij zijn nakomelingen bekend was en op Egyptische papyrus werd geschreven. Dat zet de structuur van Genesis in een totaal ander licht. Mozes zou dan ook niet zozeer de van a tot z goddelijk geïnspireerde schrijver van de geschiedenis van voor zijn geboorte zijn geweest, dan wel de redacteur die de kleitabletten van Noach en de papyri samenvoegde. Daarbij heeft hij de tekst hier en daar up-to-date gemaakt. Zo staat er bijvoorbeeld in Genesis 14:3: ‘Het dal Siddim, dat is de Zoutzee’, en in Genesis 14:3: ‘Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaän’. Zoals wij van de Sovjet-Unie Rusland en van Helvetia Zwitserland zouden maken, dus. Dit kan een verklaring zijn waarom Genesis overduidelijk meerdere bronnen heeft gehad en waarom andere vloedmythen - zoals bijvoorbeeld het Gilgamesjepos - eerder werden opgetekend (rond 2100 voor Christus) dan het verhaal van Mozes.

Geavanceerd schrift
In Oegarit ontdekte men kleitabletten uit 3000 voor Christus, dus het schrift was zeker bekend tijdens het leven van Mozes, die volgens het Bijbelboek Exodus in de 13de eeuw voor Christus moet hebben geleefd. En aangezien hij aan het hof van Egypte opgroeide… De Egyptenaren, de Babyloniërs, de Assyriërs en de Chinezen komen allemaal vrij plotseling in de geschiedenis op met geavanceerd schrift en een hoogontwikkelde cultuur, techniek, architectuur en sociale structuur. Zo tussen 2500 en 2000 voor Christus, de periode waarin frappant genoeg ook de vloed moet hebben plaatsgevonden. Van een langzame ontwikkeling lijkt geen sprake. Het kan wel zijn dat bepaalde beschavingen na de vloed de schrijfkunst weer verloren hebben zodat ze die weer opnieuw moesten uitvinden. Opmerkelijk is ook dat de schrijver van de Thora goed op de hoogte moet zijn geweest van veel Egytische gebruiken, namen en geografische aanduidingen, wat op Mozes kan duiden. Om de stelling te verdedigen dat de Thora vóór 1500 voor Christus werd geschreven kan bijvoorbeeld de oude Egyptische benaming voor een baarstoel gelden: ‘de twee stenen’. Na die tijd werd een baarstoel gebruikt die uit één steen bestond. Het volk ging het toen ‘de steen’ noemen. Dat iemand als Sem zijn eigen nakomelingen beschrijft kan komen omdat, volgens de Thora, voor de vloed mensen soms leeftijden bereikten van zes-, zevenhonderd jaar. Er zijn aanwijzingen dat de aardatmosfeer voor de vloed anders was dan nu. Bovendien leefden de mensen toen vegetarisch, en als er vanuit wordt gegaan dat de mens volmaakt werd geschapen, moet het DNA in het begin ook perfect zijn geweest: zonder foutjes of mutaties. In de loop van de eeuwen stapelen mutaties zich op. Per generatie komen er zestig tot honderd mutaties in de genen bij die het DNA beschadigen en zorgen dat cellen dood gaan of zich ongeremd gaan delen.

Enige mythe die wereldwijd voorkomt
Er worden nog veel meer bijzonderheden vermeld over het verhaal van de zondvloed. Zo zou de koopman Pieter Jansz Vael, zich hebben laten inspireren door de Bijbelse ark, en een ongelooflijk stabiel vrachtschip hebben gebouwd dat viermaal zo lang als breed was: de Fluit. Voor zijn tijd waren de Nederlandse zeilschepen twee of driemaal zo lang als breed. De ark was zesmaal zo lang als breed. Het Gilgamesj-epos verhaalt over een ark die de vorm van een kubus had: de minst zeewaardige vorm die een boot maar kan hebben. De professor heeft het over de bril waardoor mensen naar de geschiedenis kijken. Je kunt door een evolutionaire bril kijken waardoor je gelooft in miljarden jaren langzame processen in de natuur: wind, water, erosie, afzetting door rivieren, langzame tektonische werking, noem maar op. Maar landschappen zouden net zo goed in korte tijd door intense catastrofale krachten kunnen zijn gevormd, waardoor er nu op de toppen van de Andes gefossilleerde schelpen en zeedieren worden gevonden - jawel: de zondvloed, dus. Een mythe die wetenschappers overal op aarde zijn tegengekomen. Op alle continenten spreken volken erover: van de Maya’s en de Azteken - die het zelfs over een taalverwarring bij de bouw van een groot monument hebben - tot de Chinezen (Nüwa) tot de oude Grieken (Deucalion) tot de Scandinaviërs (Noë) tot de Egyptenaren tot de Inuït tot de Masaï, zelfs volken die diep in de oerwouden leefden en nooit contact met de buitenwereld hadden. Bovendien kennen deze verhalen dezelfde opbouw. Ze gaan over een God of een aantal goden die de aarde zuivert met een vloed, en over een persoon of familie die ontkomt in een vaartuig. De nakomelingen herbevolken de aarde opnieuw. Bepaalde mythologische concepten zie je in verwaterde (letterlijk en figuurlijk) vorm overal terug: schepping, zondeval, wereldwijde vloed en het ontstaan van verschillende volken na de vloed. Wereldwijd zijn veel goden rechtstreeks terug te voeren op de generaties stamvaders van de eerste eeuwen. Zo werd Noachs zoon Jafet in India aanbeden als Jyapeti of Pra-Japati. En door de Grieken als Japetos. Bij de Romeinen zien we hem zelfs terug als de oppergod Jupiter. Vandaar dat de goden van het Griekse, Romeinse en Germaanse pantheon door allerlei familiebanden met elkaar verbonden waren. De oergoden van Egypte waren de Ogdoade oftewel ‘het achttal’ van Hermepolis. Vier echtparen, precies zoveel mensen als volgens Genesis aan boord van de ark waren: Noe en zijn vrouw zijn de belangrijkste. Noe had over de ‘watermassa van de voortijd’ geregeerd. Het achttal zou de wereld bevolkt hebben vanaf de ‘godenberg’, de heuvel van Hermopolis. Later verbasterde Noe tot de Egyptische watergod, waar goden als Neptunus van zijn afgeleid. Hindoe’s geloofden dat Manu op de ark was met de ‘zeven rishi’s’, de eerste groep goden. Zijn drie zonen heten Sherma, Charma en Juapeti. Vandaar dat veel mythen het ook over de vórige wereld en de huidige wereld hebben. Christelijke beïnvloeding is onmogelijk, want nergens komt Jezus ter sprake.

De bergen Ararat
In het boek leidt het onderzoek van de vermeende Haongeschriften niet naar de berg Ararat bij de Armeense grens, maar naar de berg Cudi Daği oftewel Qardu (Koerden) in Turkije, door de meeste Europeanen en Amerikanen doorgaans Judi genoemd. In het Arabisch Al-Judi of Al-Djoedi. De hedendaagse berg Ararat bestond waarschijnlijk niet eens ten tijde van de vloed, aangezien de vulkanische berg vrij jong is. Genesis 8:4 wordt dan ook doorgaans verkeerd vertaald. Het gaat niet om de bérg Ararat maar om de bergén Ararat, waar deze berg ook onder kan vallen. Oude bronnen, zoals de bekende Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus , melden dat de ark strandde op de ‘berg van de Koerden’. Hij schrijft dat de restanten van de ark nog vaak bezocht werden door nieuwsgierige mensen. De Targoems, de Aramese vertaling van de Hebreeuwse delen van de Bijbel, beweren eveneens dat de ark terecht kwam in de Qurdu-bergen. De Samaritaanse Pentateuch en de Pershitta, de Syrische vertaling, zeggen dat ook. Een Babylonische priester (hij beweerde dat sommigen pek van het schip afschraapten om dat voor amuletten te gebruiken), de kerkvaders Eusebius van Caesarea, Epiphanius van Salamis, Eutychus en Soera 11:4 in de Koran, wijzen naar dezelfde locatie. Niet dat er nog wat van de ark over is: het hout van de ark was het enige voorhanden zijnde hout - kort na de vloed. Tel daarbij de toeristen en souvenirjagers uit de oudheid. In de tiende eeuw schreef de Arabische historicus en geograaf Al Masudi dat de ark nog steeds bekeken kon worden. In de dertiende eeuw meldde geograaf Zakariya Ben Muhammed Al-Kazwine dat het overgebleven hout van de ark werd gebruikt om een moskee te bouwen. Dat is het laatste wat over de ark vernomen is.

New Age-wereldreligie
In het verhaal krijgen de onderzoekers te maken met tegenwerking van de machtige ngo Panoptes (naar de Griekse reus Panoptes met zijn honderd ogen, waarvan er altijd maar twee slapen), die officieel de wetenschap wil zuiveren van onbewezen invloeden, maar ten diepste een beerput van wetenschapsmaffia is. Panoptes werkt via het verstrekken van gelden dan wel het inhouden van subsidies en het bevorderen of juist breken van carrières. Afpersing, en als het moet moord, worden niet geschuwd. Hun duistere doel is de zogeheten ‘Nieuwe Leer’ ingang te doen vinden: een occulte new age religie die middels een waar schrikbewind wereldvrede zal brengen en waarvoor het christendom, inclusief alles wat aan het christendom herinnert, moet wijken. Dus ook zeker de Haontabletten, als ze al bestaan. Bizar genoeg wordt de Nederlandse leider bijgestaan door een vrouwelijke geleidegeest: Chenmo. Een ‘Raad van Acht’ krijgt opdrachten van de ‘Verlichte Wijzen in de Schaduw’. Wie dat zijn weet niemand. De schrijver baseert zich onder andere op de geschriften van de grondlegger van het new age wereldplan: Alice Bailey – die ik inderdaad eerder ben tegengekomen. Tjeu van den Berk heeft het over haar in “In de ban van Jung”. Jung adviseerde Olga Fröbe-Kapteyn Alice Bailey uit haar netwerk te knikkeren als ze serieuze plannen heeft met haar Eranos-lezingen. Sterker, zolang Bailey werd geassocieerd met Eranos wilde hij er niets mee te maken hebben.

Niemand is er bij geweest
Lopende hun avontuur krijgen Roderik en Valèrie te maken met een overtuigd christen die hen vertelt dat hun weerzin wat betreft het christendom niet zozeer te maken heeft met ‘geloof’ dan wel met ‘religie’. Jezus deed niet anders dan zich verzetten tegen de religie van farizeeën en schriftgeleerden. Religie creëert vaak een afstotelijk beeld van God: God als tiran, als bloeddorstige onderdrukker of als dogmatisch leersysteem. Veel kerken en religies manipuleren en dwingen mensen in naam van God. Het gaat om God zelf. Niet om zijn representanten die er niets van bakken. Meestal gaan ze op de stoel van God zelf zitten. Zelfs Nietzsche heeft gezegd: ‘Ik zou best christen willen zijn, als de christenen er maar wat verloster uitzagen.’ En Mahatma Ghandi zei ooit: ‘Ik verwerp Christus niet; ik hou juist van hem. Ik hou alleen niet van christenen, want zij lijken totaal niet op Christus.’ Toen hij in Zuid-Afrika op het punt stond christen te worden werd hij de kerk uitgezet vanwege zijn huidskleur. De kerk functioneert hoogstens als wegwijzer. Het gaat om de ontmoeting van Gods geest met jouw geest, diep in je binnenste. Uiteindelijk verandert Roderik door deze gesprekken gaandeweg in een agnost: iemand die niet weet of God bestaat, maar dat zeker niet uitsluit. Ook Valérie wordt wat zekerder. Evenboer’s thriller over Noach en de ark is een fantastisch verhaal. Of het allemaal waar is? Niemand is er bij geweest, denk ik maar…

Uitgave: Gideon – 2016, 800 blz., ISBN 978 905 999 096 8, € 24,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

vrijdag 29 juli 2016

Stemmen horen – Iris Sommer


Regelmatig kom ik ze tegen. In het echt en in verhalen. Mensen die zeggen de stem van God te hebben gehoord. Zie Greet Hofmans uit mijn vorige blog. Of Hanneke van Dam in “Alles opgeven en rijk worden”. Kan dat echt? Psychiater Iris Sommer, hoofd van de Stemmenpoli van het UMC Utrecht, schreef er een prachtig boek over.

Alice in Wonderland

Stemmen horen. “… Ongeveer één op de tien mensen maakt dit wel eens mee. Een deel van hen vaak. Stemmen horen hoeft niet vervelend te zijn, sommigen vinden het zelfs prettig. Maar er zijn ook mensen die juist veel last van stemmen hebben. Stemmen horen gaat vaak samen met achterdocht en wantrouwen. Die combinatie kan ervoor zorgen dat mensen geïsoleerd raken…”. Wat nogal eens voorkomt is dat mensen hun naam horen roepen. Vooral als ze gestrest zijn of weinig geslapen hebben. Meestal gebeurt dat maar één, hoogstens een paar keer, in je leven. Een kleinere groep hoort hele zinnen. Twee tot vijf procent van de bevolking heeft deze ervaring vaak: wekelijks tot dagelijks. Een deel van deze mensen is gewoon gezond. Zo niet, dan ligt de oorzaak volgens dokters in een psychiatrische ziekte, een neurologische aandoening als bijvoorbeeld epilepsie of migraine (Lewis Caroll creeërde naar aanleiding van zijn migrainehallucinaties de vreemde wereld van “Alice in Wonderland”) of hardhorendheid. Bij verlies aan prikkels gaan de hersenen zelf aanvullen. Sommer geeft verschillende praktijkvoorbeelden. Eén op de tien kinderen van zeven à acht jaar hoort stemmen, maar dat is geen probleem. Ze verdwijnen meestal vanzelf.

Een ander die tegen je praat
Het verschil tussen stemmen horen en gewone gedachten, dwanggedachten (obsessies), verbeelding of gepieker is dat je écht geluid waarneemt, en dat het is alsof er een ander tegen je praat. Bovendien zijn de thema’s meestal uiterst relevant: alsof die ander alles van jou weet. Ze maken dan ook veel emoties los. Stemmen kunnen positief dan wel negatief zijn. Ze kunnen je aanmoedigen, troosten of waarschuwen. Maar vaak maken ze je ook bang. Ze kunnen je bedreigen, je trauma’s voeden, de draak met je steken of je nare adviezen en opdrachten geven. Soms veranderen positieve stemmen in negatieve; andersom komt ook voor. Daarom adviseert de stemmenpoli er nooit op in te gaan. Een gezonde stemmenhoorder kan ziek worden door een psychose te ontwikkelen. Een borderline persoonlijkheid kan depressief en psychotisch raken. Psychotisch betekent in deze context dat je - in tegenstelling tot neurotisch - de grip op de werkelijkheid kwijt raakt. Psychose kan een onderdeel van schizofrenie zijn, maar komt ook bij andere ziektebeelden voor, zoals ernstige en manische depressiviteit. Simon Vestdijk bijvoorbeeld, kende naast depressieve perioden waarin hij in bed kroop hypomane (lichte manische) toestanden, waarin het hem lukte 54 romans, 12 verhalenbundels, 27 dichtbundels, 28 essays en 10 muziekessays te produceren. Hij schreef ‘sneller dan God kon lezen’. En dat was ook nog van zo’n uitmuntende kwaliteit dat hij werd genomineerd voor de Nobelprijs van de literatuur. Je kunt ook psychotisch worden door drugsmisbruik. Of door het meemaken van een delier waarbij mensen niet continu in de greep zijn van wanen en hallucinaties: vaak een teken dat iemand lichamelijk ernstig ziek is. Of bijvoorbeeld vanwege een kraambedpsychose. Zie “De gelukkige huisvrouw” van Heleen van Royen. Typisch neurotische ziektebeelden zijn onder andere depressies en paniek- en dwangstoornissen. Een borderliner zit daar met alle overtrokken buien een beetje tussen in. Vandaar de naam. Voor meer informatie: zie mijn blogs over “Wat borderline met je doet” en “Wat schizofrenie met je doet”. Vanwege de behandeling van stemmen met medicijnen is het van belang goed uit te zoeken wat er precies aan de hand is.

Net als dromen
Soms is er sprake van meerdere stemmen en vaak gaat het om mannenstemmen. Veel mensen horen de stem van een ouder, van een (ex-) geliefde, van een favoriete onderwijzer of van een overleden familielid. Maar ook vaak van die enorme pestkop van vroeger. Of van degene door wie ze zijn misbruikt. Soms zegt de stem zulke afschuwelijke dingen dat je weet dat de persoon in kwestie dat nooit echt zou zeggen. Omdat de stemmen zo realistisch zijn is het moeilijk aan te nemen dat ze een biologische oorzaak hebben, en (slechts) een product van je eigen hersenen zijn. Net als dromen. Veel mensen met stemmen verklaren te maken te hebben met God, beschermengelen, of djinns. Anderen hebben het over geesten van overledenen of boze entiteiten die hen in hun macht proberen te krijgen. Nogal wat Nederlanders denken dat ze paranormaal begaafd zijn: helderziend of helderhorend. Zie Uri Geller, Derek Ogilvie en Allison DuBois. Ze hebben geen last van hun stemmen. Ze ervaren ze juist als een verrijking waarmee ze andere mensen kunnen helpen. Maar als er sprake is van enge gehoor-, dan wel gezichts, of zelfs gevoels- en geurhallucinaties wordt het een ander verhaal. En bij ingebeelde wanen - persoonlijke overtuigingen die niet door anderen worden gedeeld - wordt het een stuk problematischer. Gelooft de patiënt de stemmen? Punt is dat veel mensen met schizofrenie vinden dat ze helemaal niet ziek zijn. Met als gevolg een negatieve houding tegenover hulpverlening, slechter functioneren, meer terugval en een grotere kans op agressie en geweld. Sommer geeft een indrukwekkend voorbeeld van een identieke tweeling die allebei aan schizofrenie lijden en elkaars symptomen feilloos weten te benoemen (wanen, hallucinaties, verward praten). Zelf zeggen ze echter nooit psychotische klachten te ervaren. Ondanks alles zijn de netelige onderwerpen van negatieve stemmen vaak op één hand te tellen. Bijvoorbeeld de veel voorkomende opdracht zelfmoord te plegen. Mannen krijgen vaak te horen dat ze homo zijn. Vrouwen dat ze dik en lelijk zijn. De thema’s draaien voornamelijk om angst, geweld, seks, zorgen, verlangens, schaamte en schuld. Blijkbaar zijn dat de dingen die mensen innerlijk het meest bezig houden. Vandaar dat groepstherapie goed werkt. Het is een enorme opluchting te merken dat anderen met dezelfde zaken worstelen als jij.

Beroemde stemmenhoorders
Een boeiend hoofdstuk gaat over beroemde stemmenhoorders zoals Socrates, de Griekse filosoof die vaak geïnspireerd werd door een vriendschappelijke, wijze, innerlijke stem. Zijn ‘daimon’. Hij vertrouwde hem blindelings. De hoogbegaafde natuurkundige, metaalkundige, mijnbouwkundige en filosoof Emanuel Swedenborg schreef in trance acht dikke theologische boeken over het hiernamaals. De Duitse componist Robert Schumann, over wiens eveneens getalenteerde vrouw, de pianiste Clara Wieck, ik ooit een blog schreef, hoorde regelmatig een engelenkoor zingen. Na verloop van tijd veranderde dat in een duivelskoor met afschuwelijke klanken. Om zijn goede naam te redden schijnen Clara en hun goede vriend Johannes Brahms veel werk van Schumann uit de periode van het duivelskoor vernietigd te hebben. Helen Schucman, een psycholoog aan Columbia University in New York, schreef een boek dat Jezus Christus volgens haar dicteerde: “A Course in Miracles”, 669 pagina’s, en compleet met een werkboek voor studenten en een handleiding voor docenten. En Jeanne d’Arc, de ‘Maagd van Orléans’, die verkleed als man het Franse leger aanvoerde tegen de Engelse bezetter. Ze kreeg advies van stemmen over de te voeren oorlogstactiek. De nationale heldin van Frankrijk eindigde op haar 24ste op de brandstapel. Sommer droog: “… Ook de rooms-katholieke kerk is inmiddels trots op haar; nadat ze haar eerst verketterd en verbrand hebben werd ze in 1909 zalig en in 1920 heilig verklaard…”.

Geheugen
Op een heldere manier legt Sommer uit hoe stemmen waarschijnlijk ontstaan, want sluitend bewijs is er nog niet. Onze hersenen zitten adembenemend in elkaar. Ze zijn voortdurend bezig om een betekenisvol geheel te maken van de informatie die via onze zintuigen naar binnen komt. Daarbij vindt een schifting plaats; alleen van de voor ons belangrijke details worden we ons bewust. Dat is dus voor iedereen anders. Eerdere ervaringen spelen daarbij een belangrijke rol. Door middel van een heel klein beetje informatie kunnen we het complete beeld van een vroegere situatie weer oproepen:
“… Slechts een fractie van wat je meent te zien heb je ook werkelijk gezien, het grootste gedeelte is aangevuld…”. Eerdere emoties spelen ook een belangrijke rol: daardoor vermijden we gevaarlijke situaties. Je zult waarschijnlijk altijd bang zijn voor honden, als je er ooit door één gebeten bent. Als er te weinig uit het geheugen opborrelt wordt de wereld om je heen onbegrijpelijk; vol losse details zonder samenhang en betekenis. Is de invloed van het geheugen te sterk dan ga je dingen invullen die niet kloppen. Zo kunnen hallucinaties ontstaan. Dromen bestaan ook uit allerlei associaties uit het geheugen.

Dopamine
Stemmen horen komt vaak in bepaalde families voor, wat kan wijzen op een erfelijke aanleg. Het lijkt er op dat daarbij een groot aantal genen betrokken is. Ook het boodschappenstofje dopamine speelt een belangrijke rol: het labelt als het ware de belangrijke prikkels. Bij een psychose is er sprake van een teveel aan dopamine waardoor dit systeem ontregeld raakt. Je brein probeert een verhaal te maken van alle fout geëtiketteerde ‘belangrijke’ waarnemingen en ziedaar: de ‘waan’. De toestand waarin allerlei merkwaardige prikkels worden ervaren waar nog geen touw aan vast te knopen is wordt ‘Wahnstimmung’ genoemd. Als er eenmaal een verklaring voor de chaotische brei in je hoofd is verzonnen komt er ‘Wahnruhe’: waanrust. Daarom houden mensen zo koppig vast aan hun ideeën: ze willen niet weer in een draaikolk van onbegrepen details verzeilen. Voor geïnteresseerden wijs ik in dit verband op de werkelijk schitterende film van Bas Labruyère, die gratis te bekijken is op www.verlorenjaren.nl. Antipsychotische medicijnen corrigeren het dopamineniveau. Er zijn aanwijzingen dat trauma’s en drugs de dopamineproduktie stimuleren, dus dat betekent ook (meer) last van stemmen voor degenen die daar gevoelig voor zijn. Verder hebben MRI-scans van stemmenhoorders aangetoond dat de spraakgebieden in de hersenen anders en minder makkelijk met elkaar communiceren dan normaal. Ook al voelen mensen stemmen niet aankomen, toch is er een signaalverandering in de geheugenstructuur van de hersenkronkel naast de hippocampus te zien als ze beginnen. Deze hippocampus wordt bij dementie kleiner. Bij mensen met een getraind geheugen, zoals Londense taxichauffeurs die de plattegrond van de hele stad uit hun hoofd moeten kennen, is de hippocampus juist extra groot. Het lijkt erop dat bij mensen met stemmen deze structuur door dopamine wordt geprikkeld, wat leidt tot het lukraak ophalen van herinneringen. Daarnaast blijkt het door elektrische impulsen in het brein veroorzaakte thetaritme – dat zorgt voor een vloeiende lijn van onze gedachten en waarnemingen – bij sommige stemmenhoorders verstoord te zijn. Als wetenschapper denkt Sommer dat stemmen in de hersenen ontstaan. Ze gelooft dus niet in paranormale verklaringen, al kan ze die ook niet weerleggen. Boodschappen waarvan we niets weten, kunnen uit het geheugen komen, omdat wij veel meer informatie opslaan dan we ons bewust zijn: intuïtie.

Ziekte-inzicht
Voor mensen die last hebben van stemmen begint de behandeling op de stemmenpoli met een laagdrempelige basistherapie om zo snel mogelijk te leren met stemmen om te gaan. Eerst wordt er, aansluitend op de visie die mensen daar zelf al over hebben, informatie gegeven over de biologische oorzaak van stemmen: psycho-educatie. Als medicijnen werken is dat een bewijs dat stemmen veroorzaakt worden door een teveel aan dopamine. Als je op een MRI-scan kunt zien dat je hersenen onbewust taal vormen terwijl je stemmen hoort, is dat een bewijs dat je eigen brein ze veroorzaakt. Een droge medische verklaring werkt bevrijdend. Mensen willen rust in hun kop. Goed ziekte-inzicht maakt minder bang. Bovendien kun je wat doen als je weet dat de oorzaak van stemmen in jezelf ligt: coping. Op een zo goed mogelijke manier met je probleem leren omgaan. Dat is voor iedereen verschillend. Wat helpt: je humeur verbeteren, een gezond dag- en nachtritme, lichaamsbeweging, dingen doen die je leuk vindt, werken. En specifieker: praten, zingen, neuriën, fluiten, (hardop) lezen, muziek luisteren, telefoneren, mailen, chatten. Het is opvallend dat activiteiten waarbij taal nodig is de stemmen dempen – dat bijt elkaar. De enige medicijnen die goed helpen tegen stemmen zijn antipsychotica, waarvan er zo’n twintig stuks bestaan. Kalmeringsmiddelen of antidepressiva helpen niet. Gebruik is afhankelijk van de gevoeligheid van de patiënt en de bijwerkingen van het middel.

Niet vechten, niet hechten
Verder kan psychotherapie helpen, waarbij het belangrijkste doel is te zorgen dat de patiënt de opdrachten die hij hoort niet uitvoert: ‘Niet vechten, niet hechten’. Daarbij is een klik tussen behandelaar en patiënt van groot belang, want stemmen zijn altijd gespitst op je zwakke, en dus vaak meest genante, plekken. Daar praat je niet met om het even wie over. Cognitieve therapie die uitgaat van het 4-G schema kan twijfel zaaien en een waan uiteindelijk doen instorten, hoewel dat erg moeilijk is, omdat het typische bij wanen nu juist is dat er als een pitbull aan wordt vastgehouden. Door middel van gedragstherapie kunnen patiënten leren zich niet meer te laten chanteren door hun stemmen. Ook al denken mensen misschien dat hun stemmen van de duivel komen: van de duivel hoef je immers ook weinig goeds te verwachten?! Soms kan er ook wat bereikt worden met competitive memory training (COMET) waarin geleerd wordt om positieve herinneringen op te halen als negatieve herinneringen zich aandienen. Dat is een kwestie van training omdat het gaat om het inslijten van tegengestelde gedachtestromen (zoals je bijvoorbeeld ook leert piano spelen door veel te oefenen). Als niets helpt zijn er nog fysische behandelingen tegen stemmen mogelijk zoals de elektrocunvulsietherapie (ECT) en transcraniele magnetische stimulatie (TMS). Neurochirurgische technieken met behulp van elektroden die in of tegen de hersenen worden gepland (bijvoorbeeld DBS of CS) zijn volop in ontwikkeling. Dat belooft nog wat voor de toekomst! Al met al is "Stemmen horen" vooral een ongelooflijk indrukwekkend en fascinerend verhaal.

Uitgave: Balans – 2011, 239 blz., ISBN 978 946 003 301 8, € 18,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

zaterdag 23 juli 2016

De geest van het Oude Loo – Han van Bree


Subtitel: Juliana en haar vriendenkring 1947 – 1957

Jung-kenner Tjeu van den Berk vertelt in zijn lijvige “In de ban van Jung” dat onder andere koningin Juliana zoveel interesse aan de dag legde voor de zogeheten Eranos-conferenties (een spiritueel-wetenschappelijk platform waar de Zwitserse psychiater en cultuurfilosoof Jung verschillende keren sprak), dat ze alle Eranos-Jahrbücher aanschafte. Ook bleek ze veel waardering voor het werk van de legendarische gnosiskenner Gilles Quispel te hebben. In “De geest van het Oude Loo” vertelt Han van Bree over een kring van religieuze zoekers die ze zélf bezocht, en gecentreerd was rond ‘gebedsgenezeres’ Greet Hofmans. Het is te begrijpen dat Juliana’s luchtfietserij vanuit de politiek met argusogen werd bekeken. Wat moet er gebeuren met een koningin die zich afhankelijk maakt van iemand die een lijntje met God zegt te hebben? Je kunt Juliana als naïef beschouwen, maar volgens Han van Bree moet je niet vergeten dat haar tijd anders was dan nu. Communisme en kernwapens werden als levensbedreigend ervaren, tachtig procent van de Nederlanders ging naar een of andere kerk, de onmondige vrouw stond achter het aanrecht, Juliana had te maken met een overspelige man en zó erg was die Greet Hofmans nu ook weer niet…

Raspoetin

Het is nota bene prins Bernhard zelf die het ‘helderhorende’ medium Greet Hofmans in eerste instantie naar het paleis haalt, in verband met de oogproblemen van zijn jongste dochter, toen nog prinses Marijke geheten. Hofmans vangt ‘doorgevingen’ op van ‘Boven’, waarmee ze nadrukkelijk de christelijke Schepper-God bedoelt. Het is aan de mensen die daarvoor open staan deze berichten te interpreteren en er wel of niet wat mee te doen. ‘Juffrouw’ (want ongetrouwd, en alleen daarom al een beetje ‘eng’) Hofmans krijgt al gauw een hechte band met koningin Juliana, prinses Wilhelmina en andere mensen in de koninklijke omgeving. Daarop laat koningin Juliana door anderen een conferentie plannen, in het middeleeuwse kasteeltje “Het Oude Loo” (Apeldoorn), waarop met gelijkgestemden - à la Greet Hofmans - van gedachten gewisseld wordt over hoe gestalte kan worden gegeven aan Gods plan met de wereld. Je kunt spreken over wilde ideeën betreffende een waar ‘vrederijk’, dat bereikt kan worden als iedereen op zijn eigen manier de weg naar God vindt, maar meer dan dat hebben de Loo-vrienden niet voor ogen. De bijeenkomsten zijn een groot succes; uiteindelijk worden er zeventien gehouden. Prins Bernhard moet niets van de Hofmanskliek hebben, fluistert het Duitse blad “Der Spiegel” na een tijdje in dat er rare dingen gebeuren achter de schermen van het Nederlandse hof, en een rel van jewelste is geboren. De strikt privé gehouden Oude Loo-conferenties worden wereldnieuws. En passant komt ook de huwelijkscrisis van Juliana en Bernhard – die in alle discretie al tijden vreemd gaat – op straat te liggen: de op macht beluste ‘Wunderdoktorin’ Greet Hofmans zou een wig proberen te drijven tussen beide echtelieden. Het geruchtmakende artikel heeft als titel: “Zwischen Königin und Rasputin” (13.06.1956). Nou, dan weet je het wel…

Aardig, warm en sereen
Was het echt zo erg? Han van Bree schetst een portret van Hofmans waaruit zeker geen manipulerende toverkol naar voren komt. Uiteindelijk geneest de al jong in theosofie geïnteresseerde Hofmans ook niet in de traditionele zin, maar herstelt ze het contact tussen God en haar cliënten, wat een helende werking heeft. Het gezichtsvermogen van prinses Marijke verbetert dan ook niet, maar ze leert wel met haar handicap om te gaan, en dat is al heel wat vinden haar ouders. Maar Bernhards’ houding jegens Hofmans verandert gaandeweg, en in 1949 zet hij haar als charlatan Soestdijk uit. Toch omschrijven degenen die Hofmans goed kennen haar als ‘aardig’, ‘warm’, ‘sereen’, en wat ook wel wat zegt volgens mij, kinderen zijn absoluut niet bang voor haar. In haar kielzog komt echter ene Wim Kaiser als spreekbuis mee, en dat is een heel ander verhaal. Beiden stellen zich onvoorwaardelijk in dienst van de Allerhoogste. Maar de compromisloze geestdrijver Kaiser mist ten ene male het charisma van Hofmans. Kaiser hamert er keer op keer op dat door anderen bedachte vormen, dogma’s en leefregels de Godsregering die hem voor ogen staat alleen maar belemmeren – dus hij heeft een gruwelijke hekel aan kerken. Het gaat hem om een authentiek en rechtstreeks contact met God; zonder bemiddelaars, of wat dan ook. Dat is ‘vrijheid’. Leven en geloven is een eenzame strijd. Is lijden. Zie Job en Jesaja. Wie het niet met hem eens is, krijgt er genadeloos van langs.

Project wereldvrede
Kaiser en Hofmans vormen al gauw de spil van een hechte vriendenkring rond Juliana. Zondagsmiddags komen ze bij iemand thuis bij elkaar om over mystieke zaken te praten. De deelnemers zijn ervan overtuigd aan de vooravond van een nieuw tijdperk te staan, waarin God ‘alles in allen’ zal - zo niet - zijn, dan toch worden. Uit deze bijeenkomsten worden de Oude Loo-conferenties geboren. Het is de bedoeling om steeds verschillende ‘prominenten’ uit te nodigen die een lezing over een spiritueel onderwerp houden, waarna er tussen de in principe ook eenmalig uitgenodigde toehoorders een vrije uitwisseling van gedachten kan plaatsvinden. Dit alles om complotdenken te voorkomen en het gedachtegoed van het Oude Loo onder zoveel mogelijk mensen te verspreiden. Door vanuit verschillende invalshoeken het goddelijke te benaderen, zal Gods wil met de wereld vanzelf duidelijk worden. Project ‘wereldvrede’ (let wel, de Koude Oorlog woedde in alle hevigheid, de mensen waren ontzet over de Holocaust en de atoombom). De visie van de deelnemers, van wie welwillendheid en solidariteit wordt verwacht, komt er op neer dat ze vinden dat de wetenschap te ver is doorgeschoten en dat de mensheid voor een fundamentele keuze staat: voortgaan op de weg van zelfvernietiging of terugkeren tot God. De leiding wordt zoveel mogelijk aan God overgelaten, wat je ook zou kunnen vertalen met ‘we zullen wel zien wat er van komt’. Men vertrouwt volledig op de ‘doorgevingen’ van Greet Hofmans. Aan vaagheid geen gebrek. En dat is precies waarom het fout gaat tussen de Oude Loo-groep en hun onbewuste inspirator, de schrijfster van “Creators of the modern spirit”: Barbara Waylen. De laatste staat een universele kerk en een wereldregering voor ogen, met het doel ‘nooit meer oorlog’. Maar om dat af te laten hangen van de ‘doorgevingen’ van Hofmans en co. is haar wat al te bar. Niemand minder dan Eleanor Roosevelt, goede vriendin van Juliana en weduwe van de Amerikaanse president Roosevelt, vindt dat ook.

Theocratie

Er komen dus negatieve reacties (er zou te weinig aandacht zijn voor de Bijbel en uitgenodigde dominees constateren een afschuw voor reguliere kerken), maar de positieve overheersen. Veel deelnemers zijn diep onder de indruk van de verheven en soms bijna betoverende sfeer op het Oude Loo. Vooral s’ avonds, als de kaarsen branden, want er is geen elektriciteit. Han van Bree geeft een gedetailleerde opsomming van alle sprekers (waarvan de bekendsten voor mij Martin Buber en Gilles Quispel zijn), hun onderwerpen, en de feedback van de luisteraars. De intentie is om mensen uit alle lagen van de bevolking uit te nodigen, maar in de praktijk komen de gasten voornamelijk uit de betere kringen, zijn ze overwegend vrouw, en van rijpere leeftijd. Omdat een ondogmatisch godsgeloof wordt verondersteld verkeren er opvallend veel buitenkerkse Nederlands Hervormden, quakers en theosofen onder. Zelfs moslims en hindoes treden aan. Politici en kunstenaars ontbreken nagenoeg. Het Oude Loo-gebeuren krijgt het stempel van een sekte. Ook wordt het als een voorhoede van de latere New Age-beweging gezien. Onterecht, volgens Han van Bree, want de christelijke God is en blijft superieur, en er wordt niet uitgekeken naar het nieuwe tijdperk van de Waterman, maar naar een 'theocratie'. De Oude Loo-groep is eerder te typeren als een ouderwetse christelijke beweging. En wat Hofmans gebedsgenezing betreft, charismatische evangelisten brengen in die tijd eveneens tienduizenden mensen op de been door genezing te beloven: Thomas Lee Osborn, Hermann Zaiss, Johan Maasbach en Billy Graham. Weliswaar tot afgrijzen van de gevestigde kerken. Daar wil ik nog aan toevoegen, dat in de kerken waar ik heden ten dage kom, vanzelfsprekend wordt aangedrongen op een ‘persoonlijke relatie met de Heer’ (wat je daar dan ook onder mag verstaan).

Wie zichzelf overwint is sterker dan wie een stad inneemt
Ondertussen richt prins Bernhard ook zijn eigen geheime clubje op: de Bilderberg-conferenties. Eveneens als reactie op WO II en de Koude Oorlog, maar hij zoekt het in politiek-economische hoek. Door zijn zakelijke aanpak bestaan deze conferenties nog steeds, terwijl die van Juliana allang ter ziele zijn. De echtgenoten komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Bernhard suggereert dat de Hofmansadepten communistische sympathieën koesteren en Juliana is op zijn zachts gezegd ook niet blij: hoe kan zij een onafhankelijk en boven de partijen staand staatshoofd spelen als haar man achter haar rug om met allerlei invloedrijke bobo's konkelt? Er komt vanzelf een einde aan Bernhards’ escapades door zijn aandeel in de Lockheed-affaire. Tegen de tijd dat de koninklijke huwelijkscrisis een topic in zelfs buitenlandse kranten is - ‘NAVO-man Bernhard versus de pacifistische Juliana’ – wordt de commissie-Beel in het leven geroepen om de zaak te lijmen. Bernhard speelt het keihard. Hij dreigt Juliana uit de ouderlijke macht te zetten en ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Juliana mag dan de baas van het land zijn, hij is de baas in huis (volgens de toen geldige wet). Realisme versus idealisme. In het echt blijkt Bernhard helemaal niet zo ongevoelig voor het bovennatuurlijke. Evenals Juliana, gelooft hij in UFO’s, en laat hij met behulp van een wichelroede zijn paardenstallen verplaatsen. Uiteindelijk wordt Juliana min of meer gedwongen de banden met Greet Hofmans en alle andere Hofmansgetrouwen te verbreken: ze ontslaat personeel en ziet veel goede vriendinnen niet meer – wat van die kant tot heftig onbegrip leidt. Waarom neemt ze het niet wat meer op voor Hofmans (die zelf trouwens Juliana’s handelen wel kan snappen)? De Oude Loo-conferenties gaan nog een paar keer door zonder de koningin, maar sterven een stille dood. Bernhard wordt geadviseerd geen privézaken aan de pers te lekken, waar hij zich geen bal van aantrekt. Juliana neemt met grootsheid van geest haar verantwoordelijkheid op zich. Ze doet een (enorm) stapje terug. Dat ontroert mij: wie zichzelf overwint is sterker dan wie een stad inneemt. Ze redt haar huwelijk en de monarchie, en toont zich dus verre van een labiele, godsdienstgestoorde, willoze speelbal van een groep fanatici – zoals ze vaak wordt neergezet. Het moet haar heel veel gekost hebben. Hoeveel zullen we misschien pas weten als haar dagboeken openbaar gemaakt mogen worden: in 2054.

Uitgave: Conserve – 2015, 479 blz., ISBN 978 905 429 269 2 , € 34,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier